Project Description

‘Dit dorp is vrij van kindhuwelijken’

De laatste jaren heeft de Nederlandse ontwikkelingsorgani- satie Simavi zich aan de hand van diverse campagnes en onderwijs- programma’s ingezet om kindhuwelijken een halt toe te roepen. Simavi is onderdeel van de More Than Brides Alliance, waarmee de Nederlandse overheid een vijfjarig strategisch partnerschap is aan- gegaan om het aantal kindbruiden terug te dringen, dat tot het einde van dit jaar loopt.

Wat is ervoor nodig? Na gesprekken met Simavi en haar partner- organisaties in Malawi en India destilleert Vice Versa vijf lessen voor een toekomstbestendige aanpak om kindhuwelijken – ook tijdens de pandemie – tegen te gaan.

 

Eén

Verlies de meisjes – ondanks corona – niet uit zicht

Dokter Nancepreet Kaur, programmamedewerker van de Voluntary Health Association India (VHAI), schrok zich afgelopen 24 maart kapot en zij was niet de enige. De Indiase overheid kondigde op die dag een abrupte lockdown aan waaraan heel het land binnen 24 uur gehoor moest geven.
Wat betekende het voor de 177 dorpen in Odisha, het Ganjam- district, waar VHAI actief is? Via een haperende Skype-verbinding vertelt Kaur over de chaos die volgde.
‘Miljoenen Indiase loonarbeiders verloren stante pede hun werk in de grote steden’, zegt ze. ‘In een gestreste exodus liepen ze hon- derden kilometers te voet naar hun dorpen op het platteland.’ Die dagen had Kaur veel contact met alliantiepartners Simavi en Save the Children Nederland, verantwoordelijk voor de ondersteuning van de partnerorganisaties in India en Malawi.
De strengste lockdown ter wereld had effect op het (eventjes) indammen van het coronavirus, maar had ook desastreuze conse- quenties voor de situatie van India’s armsten. Zonder enige tege- moetkoming van de overheid kunnen mensen het zich simpelweg financieel niet veroorloven thuis te zitten. Volgens Kaur is het antwoord op de vraag wie hier het eerst de dupe van is simpel.
‘Dat zijn de dochters van de getroffen families,’ zegt ze, ‘voor wie de scholen tijdens de lockdown op slot gingen. Als een arm gezin in India wanhopig op zoek moet naar geld om te overleven, dan vallen de ogen al snel op de dochter des huizes. Van haar bruidsprijs kan de rest van de familie weer even door en is er een kind minder om te voeden.’

Dat klinkt hard – en dat is het ook. Het uithuwelijken van een meisje, soms slechts dertien lentes jong, zorgt ervoor dat school
– lockdown of niet – verleden tijd is, ze vaak op jonge of te jonge leeftijd kinderen krijgt en totaal afhankelijk is van de wensen, de wil en de wet van een vaak veel oudere man.India kent het hoogste aantal kindbruiden ter wereld: bijna de helft van de Indiase vrouwen trouwde voor het achttiende levensjaar. De pandemie heeft deze genderongelijkheid alleen maar vergroot en verergerd. Kaur spreekt in deze context van een schaduwpandemie, die al decennia broeit en ons nu door Covid-19 indringender aanstaart.

‘Meisjes en vrouwen moeten onderdeel worden van de oplossing van het probleem,’ zegt ze, ‘in plaats van hen stelselmatig uit te sluiten van besluitvorming over hun leven.’ Of het nu corona,
een natuurramp of een financiële crisis is; ze treffen de helft van de wereldbevolking onevenredig hard.

DE TERUGLOOP

Tot vóór de lockdown waren de resultaten over het terugdringen van kindhuwelijken juist heel positief. Mede door de serieuze Nederlandse inzet om kindbruiden tegen te gaan – in de vorm van maar liefst drie strategische partnerschappen, die van 2016 tot ’20 lopen –, telde de wereld in 2018 drie miljoen kindbruiden minder dan in 2016.
In de vijf landen waar de More Than Brides Alliance sinds 2016 actief is, zijn er 1.179 kinderbeschermingscomités en bijna 2.500 jongerengroepen opgezet en ontvingen meer dan 125.000 jongens en meiden informatie over hun lichaam, seksuele voorlichting en kennis over de gevolgen van kindhuwelijken.

Hoe moest Kaur nu verder? Samen met haar collega Debananda Mohanta was daarover veel contact met Simavi, die via het partner- schap met het ministerie ongeveer een derde van de totale uitgaven van VHAI voor haar rekening neemt.
Omdat veel meiden handig zijn met een mobieltje en WhatsApp razend populair is, maakten Mohanta en Nancepreet Kaur een hand- vol WhatsApp-groepen aan voor 380 meisjes, verdeeld over de 177 dorpen. ‘Elke week bespraken de meiden zo collectief een ander thema en maakten ze gedichten en tekeningen. Zo konden ze zich uiten en informatie en kennis delen, in een besloten, veilige ruimte.
‘Zo versterken ze zelf ook de banden tussen de dorpen onderling’, vervolgt Kaur. ‘We organiseerden digitale groepsgesprekken met ze en distribueerden handgel en mondmaskers. Op familieniveau gaven we capaciteitstraining en deelden we materialen uit om zelf mondmaskers te maken die de meiden konden verkopen.’
Wat volgens Kaur opvalt is dat hoewel het geweld tegen vrouwen in heel India de pan uit vloog tijdens de lockdown, dat niet het geval was in de 117 dorpen in Odisha waar VHAI werkt.
‘Het is bemoedigend te zien dat we in de afgelopen jaren duur- zame banden hebben gesmeed tussen de meisjes en vrouwen, op dorps- en districtsniveau. Onze meiden weten wie ze moeten benaderen als de dreiging van geweld of misbruik groot is.
‘De nationale kindertelefoon – die gratis gebeld kan worden – werd omgeleid naar de kinderbeschermingscomités die we in de dorpen hebben opgezet, zodat problemen direct en lokaal konden worden opgelost, met de hulp van bemiddeling door dorpsoudsten of leiders van de meidengroepen.
‘Dat de banden in de gemeenschappen intussen sterk genoeg zijn om kindhuwelijken tegen te gaan, zelfs zuchtend onder deze pandemie, toont aan dat wat wij doen werkt. In Odisha daalde het percentage kindhuwelijken van 51,5 procent in 2016 tot 28,6 procent begin van dit jaar.
‘Ook tijdens deze storm blijven de meiden overeind’, zegt ze trots. ‘Ik geloof in aparājitā!’ Wat dat betekent? ‘Het komt uit het Sans- kriet en we hebben deze naam ook aan onze meidenclubs gegeven. Vrijelijk vertaald staat het voor “de ontembare geest van het jonge meisje”.’

Twee

Meten is weten, maar cijfers zeggen niet alles

De meetbaarheid van gezamenlijke resultaten over het voorkomen en beperken van aantallen kindbruiden in de verschillende landen en tussen de verschillende partners was een aardige worsteling. Sever Džigurski, Simavi’s adviseur voor monitoring, evaluatie en leren, licht het lachend toe.
Als ik zeg dat het een uitdaging was, is dat een understatement’, zegt hij. ‘Het voorkomen van een kindhuwelijk is als interventie zeer complex en vooral bepaald door oorzaken met meerdere factoren, zoals structurele armoede, geen of slechte onderwijsmogelijkheden of voorzieningen, (gender)discriminatie, geweld, et cetera. Het meten van het succes van kindbruidprogramma’s is moeilijk,
omdat je iets moet meten dat juist niet is gebeurd.’
Na navraag bij partner Yoneco in Malawi komt ‘het aantal meisjes dat meedoet met een jeugdclub’ als favoriete indicator uit de bus rollen. Die keuze snapt Džigurski wel: ‘Ik heb zelf een achtergrond in jeugdgroepen’, lacht hij. ‘Het laat de mogelijkheden voor meisjes zien om samen te komen en steun te krijgen, maar alleen het aantal clubs meten is niet genoeg.
‘Wat we zouden willen meten is het hele ecosysteem waarbinnen het meisje moet opereren, de support die zij krijgt. Persoonlijk vind ik daarom ook het beïnvloeden van sociale normen heel belangrijk.’ Op de vraag wat zijn favoriete indicator is, antwoordt hij direct: collectieve actie van de gemeenschap. In India meet Džigurski 885 van dit soort initiatieven in de voorbije vier jaar.

‘Kijk, dàt is voor mij betekenisvol. Het klinkt misschien niet eens als veel: 855, maar als je de wereld van dat cijfer binnenstapt, zie je pas zijn echte waarde en omvang. Als er in een Indiaas dorp is vast- gesteld dat er twee jaar lang geen kindhuwelijk is voltrokken, komt er langs de weg bij de ingang een plakkaat te hangen met “dit is een kindhuwelijkvrij dorp”.

Dat een hele gemeenschap zich heeft ingezet om het voor elkaar te krijgen… wow. Voor mij is dat veelzeggend, omdat het een indicator is die toont dat de collectieve actiebereidheid groot is en dat iedereen in het dorp zich dit thema toe-eigent.
‘We moeten nog meer toe naar een systeem dat niet alleen meet wie er toegang heeft tot een bepaalde dienst, maar dat kan laten zien of een meisje van haar rechten kan genieten en hoe de omgeving haar daarin steunt, of de obstakels naar het realiseren van haar dromen zijn overwonnen.’
Nancepreet Kaur van VHAI laat weten dat van de 117 dorpen in haar werkveld er inmiddels 32 kindhuwelijkvrij zijn en er nog eens twintig in de laatste fase zitten van het verkrijgen van die titel.
‘Bij de officiële bekendmaking van zo’n kindhuwelijkvrij dorp’, zegt ze, ‘wordt dat feestelijk gevierd met afgevaardigden van het district en overheidsfunctionarissen. Dat is altijd een bijzondere mijlpaal – ook onder corona blijven specifiek die dorpen vrij van kindhuwelijken.
‘Bedenk je maar eens: als een dorp eenmaal die titel heeft binnen- gesleept, kan iemand die voorstelt een vijftienjarige te trouwen op collectieve verontwaardiging rekenen. Dus, ja: collectieve actie is een zeer betekenis- en waardevolle indicator.’

STRATEGISCHE PARTNERSCHAPPEN
Nederland heeft onder oud-minister Ploumen groots ingezet op het thema kindhuwelijken. Binnen het subsidiekader Samenspraak en tegenspraak selecteerde de overheid drie kindbruidenallianties voor een strategisch partnerschap, met de looptijd 2016-’20.
De allianties zijn: More Than Brides (Simavi, Save the Children Nederland, Oxfam Novib en de Population Council), Her Choice (Kinderpostzegels, The Hunger Project, ICDI en de UvA) en Yes I Do (Plan International, Rutgers, Amref Flying Doctors, Choice for Youth and Sexuality en KIT Tropeninstituut). Deze drie allianties werken in zeventien landen om het probleem te tackelen.
De More Than Brides-leden zitten in hetzelfde bootje, maar houden verschillende peddels vast. Save the Children is de aanvoerder en sterk in het coördineren. Simavi is klein en wendbaar (‘een speedboot’, volgens directeur Ariette Brouwer) en werkt direct met lokale organisaties in de uitvoerende landen. Oxfam Novib is veel groter en zit goed in de communicatie. Net als Save the Children werkt ze met landenkantoren. De Population Council fungeerde als onderzoekspartner.

Drie

Zet meisjes ècht centraal, als onderdeel van de oplossing

De More Than Brides Alliance focust op de inzichten en de leefwereld van de meisjes zèlf, om kindhuwelijken op een duurzame manier tegen te gaan. Dat klinkt misschien als een open deur, maar Simavi’s programmamanager Susan Wilkinson weet wel beter.
‘Binnen ontwikkelingswerk’, zegt ze, ‘is het de gouden standaard om gemeenschappen – en in dit geval de meisjes – te betrekken bij het vormgeven en uitvoeren van programma’s. Toch zie je dat het in de praktijk niet vaak of niet goed genoeg gebeurt.’
Het programma is tijdens de uitvoering en op basis van de capaci- teiten, nieuwe inzichten en behoeften steeds meer meisjesgericht en uiteindelijk meisjesgeleid geworden. Making the Most of What We Know is een leerbeurs die jongeren traint zelf onderzoek te doen naar het verband tussen seksualiteit en kindhuwelijken.
In het kader van de zestien dagen tegen gendergerelateerd geweld lanceerde More Than Brides eind november een digitale campagne over de impact van Covid-19 op meisjes die het risico lopen uitge- huwelijkt te worden. Are you listening? is een oproep tot actie die overheden en maatschappelijke organisaties aanspoort om meisjes centraal te zetten in hun aanpak.
Sarah Harris, de coördinator: ‘Meisjes worden consequent uit- gesloten van besluitvorming over hun eigen leven – nu gebeurt dat met corona weer.’ De website staat vol tips om SRGR, onderwijs en gendergeweld te integreren in het dealen met corona. De oproep is inmiddels door meer dan 280 organisaties en mensen ondertekend.
Op 11 januari onderschrijven zittende en kandidaat-parlements- leden in Nederland dit pamflet en beloven ze dat – mochten ze na de verkiezingen in de Kamer komen – ze blijven strijden tegen kindhuwelijken.

Vier

Geef het Zuiden eigenaarschap, en dan echt

Morillo Williams, beleids- en advocacymanager bij Simavi, stuurt
in al zijn workshops in partnerlanden aan op lokaal eigenaarschap: ‘Wij kunnen wel willen sturen en adviseren op verandering van nor- men, maar uiteindelijk komt die verandering van binnenuit; je kunt dat niet opleggen. Als iemand die niet in het Westen is geboren ben ik van nature terughoudend te zeggen: “Je moet het zo en zo doen.”
‘De keuze ligt bij de partners en zo hoort het ook. De meisjes aan het stuur, dus! Ik maakte dat vorig jaar in Malawi mee tijdens de Girls Summit. Malawische meisjes kregen de gelegenheid om met de minister van Gender te spreken over school en het belang van hun clubs. Magisch!
‘Háár stem, daar gaat het om, niet die van ons. Simavi is een rela- tief kleine organisatie, dat geeft ons de kans plaatsen vrij te maken voor onze partners tijdens toppen van de Verenigde Naties, dat we hen de stoelen geven. Zij horen daar te zitten, natuurlijk.’
Williams herinnert zich nog de Simavi-top in 2019, toen dertig vertegenwoordigers uit negen landen samenkwamen op het hoofd- kantoor in Amsterdam, om te reflecteren op de programma’s en een toekomst in te kleuren. Toen het begrip ‘zuidelijk leiderschap’ ter sprake kwam, bleken velen daar een probleem mee te hebben.
‘Zij vonden dat “zuidelijk leiderschap” een negatieve connotatie heeft, omdat er in het huidige discours nog steeds een ongelijke machtsverdeling aan ten grondslag ligt. Daarom gebruiken we
nu de term “globaal leiderschap”.’

Džigurski ziet dat veel maatschappelijke organisaties in het Noorden wel zeggen dat het belangrijk is de macht naar zuidelijke organisaties over te hevelen, maar dat er in de praktijk niet (heel) veel van terechtkomt.
‘In het systeem waarin wij leven,’ zegt hij, ‘draait het om groei. Macht opgeven voelt dan tegennatuurlijk, maar het is wel nodig. Het is een bewustwordingsproces, een soort ont-leren.’ Hij noemt het voorbeeld dat hij tijdens meetings over de aanvraag niet wilde meedoen als er niet ook een zuidelijke partner bij aanwezig was.
Hij herinnert zich een kantelpunt, in de vorm van een discussie in een zaaltje op een van de groene heuvels van Kampala, waar Oegandese partners mochten schieten op de verandertheorie voor de nieuwe aanvraag van de SRGR-partnerschappen binnen het Power of Voices-programma onder minister Kaag.
‘Na die gesprekken is onze hele theorie in de prullenbak beland!’ lacht Džigurski als hij eraan terugdenkt. ‘Wat wij zelf in Den Haag schreven, heeft niets te maken met de uiteindelijke verandertheorie die tot stand kwam in samenspraak met alle partners, in alle landen waar wij heen zijn gegaan met de houding van: bevraag ons, daag ons uit en vertel ons hoe jullie het zelf zien.’
Voor zijn rol als adviseur betekende het concreet dat niet noor- delijke organisaties de indicatoren van succes vaststellen waarlangs een programma wordt gemeten, maar dat de zuidelijke organisaties zelf aangeven wanneer zij een interventie succesvol vinden.
‘Samen hebben we indicatoren opgesteld en in alle workshops in de verschillende landen gezegd: “Wij kunnen jullie ondersteunen bij het ontwikkelen van manieren om te meten, jullie weten zelf beter dan wij wat werkt in jullie context.”’
De zeggenschap van lokale maatschappelijke partners is in
de nieuwe aanvraag versterkt met twee nieuwe alliantieleden: de Keniaanse tak van het Population Council en Women in Law and Development in Africa-Afrique de l’Ouest.

Vijf
Dit is een marathon, geen sprint: blijf investeren

Hoewel de aanvraag voor het nieuwe strategische partnerschap voor 2021-’26 van More Than Brides hoge ogen gooide en als de vijfde beste werd beoordeeld, sneuvelde het uiteindelijk op een technisch criterium waaraan niet was voldaan.
Alliantiecoördinator Harris: ‘Dat is een bittere pil geweest, ja. Hoewel we dus hoog scoorden, technisch sterk zijn, de alliantie stevig staat, de resultaten goed zijn en de samenwerking met onze partners alleen maar beter is geworden, is onze aanvraag voor een tweede partnerschap niet gehonoreerd.
‘Het grootste verlies wordt gevoeld door de meisjes om wie dit al- lemaal draait. Het verliezen van onze financiering betekent concreet dat er in de gemeenschappen van de meisjes minder gedaan kan worden om hen te voorzien van kennis, ervaringen te laten uit- wisselen en te zorgen dat ze hun school kunnen afmaken.
‘Daarom hopen we op bilateraal niveau door te kunnen gaan en onderzoeken we opties voor financiering binnen de landen waar we werken.’ De alliantie richt zich nu op het realiseren van een om- vattend rapport waarin de kennis, expertise en beste praktijken van More Than Brides gebruikt kan worden om verder op te bouwen.
Morillo Williams voegt daaraan toe: ‘Nederland is altijd een inter- nationale leider geweest in het tegengaan van kindhuwelijken, heeft een reputatie opgebouwd, en het is zorgwekkend dat de drie part- nerschappen vanaf volgend jaar geen financiering meer krijgen.
‘De Girls Not Brides Global krijgt nog één jaar geld en het leer- programma Making the Most of What We Know loopt ook nog even door. Ik snap dat Nederland zich de komende tijd meer wil profile- ren op onderwerpen als abortus en lhbti-kwesties, maar het thema kindhuwelijken heeft blijvend aandacht nodig, juist nu door Covid-19 de nood zo hoog is.
‘Multilateraal zijn er wel investeringen via het Global Program to End Child Marriage van het Bevolkingsfonds, maar dat is echt op VN-niveau. Simavi en de andere partijen in de alliantie willen proberen via andere wegen toch te zorgen dat onze programma’s niet abrupt eindigen.’

HET MINISTERIE
Buitenlandse Zaken heeft voor de periode 2021-’26 een nieuwe tender uitgeschreven, met daarbinnen een kader voor SRGR. ‘Er is geen voorselectie gemaakt voor specifieke thema’s binnen SRGR’, meldt het ministerie. ‘We zijn in gesprek met de partnerschappen die dit jaar aflopen, waaronder More Than Brides, over de behaalde resultaten en hoe die het best kunnen worden verankerd.’

Verandering is een langzaam proces, zegt Nancepreet Kaur, dat stapje voor stapje gaat: ‘Het bouwen van vertrouwen in een gemeen- schap, het realiseren van dorpen die kindhuwelijkvrij zijn; dat zijn jarenlange processen die nu sterk verankerd zijn in de 177 dorpen waar VHAI werkt.’
Samen met Simavi is ze nu aan het onderzoeken hoe de meiden- clubs met een federatieachtig systeem aan elkaar verbonden kunnen worden, om meer invloed uit te oefenen op de politiek. ‘Mede door de advocacy- en lobbyworkshops konden we een goede band met de overheid opbouwen en is na langdurige acties van onze organisatie het nationale programma Educate the Girl Child door premier Narendra Modi van start gegaan als onderdeel van de bestrijding van kindhuwelijken.
‘Het More Than Brides-model van peer-education bevat veel elementen die overlappen met de visie en programma’s van de over- heid en ons doel is nu om te zorgen dat onze peer-educators en dis- cussieleiders kunnen samenwerken met het overheidsprogramma om meisjes niet in een gedwongen huwelijksboot te laten stappen, maar in de schoolbanken te houden.’
Kaur is ondanks alles optimistisch over de toekomst van de meis- jes in haar land en gesterkt door de veerkracht van de gemeenschap- pen in de 117 dorpen. ‘Ondanks de ingrijpende impact van corona is hier, in tegenstelling tot andere Indiase districten, het aantal kind- bruiden nauwelijks toegenomen. Dat geeft mij hoop.
‘Ik geloof in de veer- en wilskracht van de meisjes, de jongens en de gemeenschap, maar het zal zwaar worden de komende periode, zonder financiering. Ik hoop dat op de donkere nacht een stralende zon zal volgen.’